Borrelpraat
Toen ik een poos terug iemand hoorde zeggen: “Frankrijk is een fantastisch land, maar jammer dat er Fransen wonen,” terwijl diegene een puntje brie wegspoelde met een bordeaux, dacht ik: ik heb het vaker gehoord. Het is populair onder Nederlanders die graag naar Frankrijk op vakantie gaan. Je kunt het afdoen als borrelpraat, maar begrijpen doe ik het niet. Maar vooruit, ik gun iedereen zijn gekte, al voelde ik me aangesproken.
Ik heb een handjevol Franse vrienden en de sleutel van een voordeur op zak die past op het huis van een van hen. Gul gekregen: “Je bent altijd welkom,” dat werk. Voilà. Liggend in de zon met een glas wit aan de lippen, begon ik me — voor zover mijn loomheid dat toeliet — druk te maken over dit enorme onrecht.
Hoe de strijd aan te gaan? Ratio als zwaard? Bijvoorbeeld: Frankrijk zonder Fransen. Een terras in de schaduw van platanen zonder bediening. Een kaasplankje zonder kaas, een fles zonder wijn en een zoen zonder tong. Een beetje een kinderachtige voorstelling, maar wel zonder Fransen.
Wat gebeurt er in dat hoofd? Waarom ga je naar een land waarvan je vindt dat de bewoners altijd chagrijnig zijn en je proberen te tackelen? Ik loop meteen vast in mijn eigen gedachten; het is te idioot. Dus ik ga even een Frans wijntje drinken om tot rede te komen.
De mythische, chagrijnige Fransman
Veldwerk: De afgelopen dagen zijn we op zoek geweest naar de mythische, chagrijnige Fransman. We vonden haar op een overvol terras, waar ze in haar eentje de schreeuwende dorstigen en brutale hongerigen tevreden moest stellen bij 35 graden in de schaduw. Ga er maar aan staan; ik zou de hele vakantievierende klandizie er meteen uitgesodemieterd hebben. Maar goed, iedereen zou onder deze omstandigheden bloed proeven, dus ik tel haar niet mee en geef haar een standbeeld in plaats van een snauw.
Ik dacht aan Parijs, waar we in gesprek raakten met leuke gasten aan het terrastafeltje naast ons en waar ik van een van hen balletles kreeg aan het Canal Saint-Martin. Aan Tie-Tie in Varennes-sur-Amance, die met een bos bloemen in zijn uitgestrekte hand contact zocht. Aan een onverwachte borrel en een gezellige klets in een vintagewinkel in Parijs.
“Jammer dat er Fransen wonen.” Ik zou er als Fransman of -vrouw chagrijnig van worden — en zo is de cirkel wat mij betreft weer rond.
Frankrijk, ik hou van jou.
Lees ook !
Vrij kamperen in Frankrijk















