Fransen zijn gokkers .

Ik was altijd in de veronderstelling dat pétanque de nationale sport van Frankrijk was. Na een paar dagen heb ik echter een nieuw ochtendritueel te pakken. Ik haal croissants, chocolatines en brood bij bakker Michel; hij maakt de lekkerste en knapperigste croissants. Op maandag is hij gesloten en haal ik minder lekkere bij het ‘wespenbakkertje’.

Daarna slenter ik naar het PMU-café, waar de vaste jongens aan de toog met een haast religieuze bezieling geconcentreerd aan het krassen zijn. Sommigen zoeken hun geluk meer in de Lotto of Amigo-formulieren. De Amigo-loterij is om de vijftien minuten te zien op de tv aan de muur. Het is een soort Pong, het oudste computerspelletje: een blokje wordt door het speelveld gelanceerd en kleeft op een gegeven moment aan een cijfer. Heb je twee cijfers goed, dan win je je inleg terug. Heb je alles goed, dan win je – naargelang je inleg – een paar duizend euro.

Kinderspel vergeleken bij de Euromillions van de Lotto, die één keer in de week gespeeld wordt; de pot staat nu op 104 miljoen. Hoop en teleurstelling gaan hier in dit mini-dorpscasino hand in hand. Laurent – de barkeeper, barista, schoonmaker, trooster bij verlies en aardige gast – haalt een doek over de toog en vult de glazen nog een keer. Een vermoeide oude man in een morsig shirt, op winterpantoffels en met een broek die met een touwtje om zijn heupen is vastgesnoerd, schuifelt voorzichtig de kroeg uit. Morgen weer een dag, morgen weer een kans.

Mijn ervaring is dat ik bij het bestellen aan de toog vaak het meeste geluk heb. Maar hé, 104 miljoen… IJverig als een echte Fransman vul ik het biljet in en voel de koffer met geluk al zwaar in mijn hand hangen.


Lees ook !

Een Frans huis 

Hurk toilet 

Vind hem maar , een Nederlands klusbedrijf in Frankrijk