Schotland in coronatijd: Een onverwachte reis
Corona. Het was een vreemde tijd. Het was hoogseizoen, midden in de zomervakantie. We hadden de ferry vanuit Hoek van Holland al maanden van tevoren geboekt, maar lang — heel lang — lag het schip aan de ketting in de haven. We hadden de hoop eigenlijk al opgegeven dat we nog naar Schotland zouden gaan. Maar twee dagen voor onze geplande afvaart werden de kettingen losgegooid en kwam het verlossende woord: Boarding!
Tijdens de eerste reis naar Newcastle in een jaar tijd zaten wij, samen met slechts een handvol truckers, op gepaste afstand aan de bar op een enorm schip. Onder onze mondkapjes groeide de glimlach. “Ober! Twee bier, alstublieft.”
Aan de verkeerde kant van de weg rijden went verrassend snel; alleen ’s ochtends bij vertrek moet je even scherp zijn, is mijn ervaring. Met de Muur van Hadrianus aan onze rechterhand reden we richting Wigtown. Via Ayr pakten we vervolgens de tweede pont naar het eiland Arran.
Van Arran naar Kintyre
Vanuit de haven van Lochranza op Arran namen we de pont naar Claonaig in Kintyre. Het was een heerlijk uurtje varen met de wind op de kop. Claonaig zelf is niet meer dan een geasfalteerd stuk strand; that’s all, folks. Na een korte rit over Kintyre kwamen we de afslag naar de ‘Mull of Kintyre’ tegen.
Tja, wij zijn toeristen die zijn opgegroeid met het gelijknamige nummer van Paul McCartney. Dat is zo’n liedje dat, als het zich eenmaal in je hoofd heeft genesteld, daar dagenlang blijft hangen. Ook nu weer. De enige remedie en hoop op verlossing was om de ‘Mull’ daadwerkelijk te bezoeken. De weg ernaartoe is smal, erg smal, en gaat op een gegeven moment over in een looppad. Parkeren lukte net. De wandeling naar beneden was steil, met de zon hoog aan de hemel. De Mull bleek een vuurtoren te zijn met een prachtig uitzicht op zee en, heel in de verte, Ierland.
Tijdens de moeizame weg terug omhoog bleef het liedje maar rondzoemen. Die avond overnachtten we langs de kust, moederziel alleen op een verlaten strand: echt Robinson Crusoe-style.
Met de ferry van Oban naar Mull
We reden ontspannen door Kintyre naar de haven van Oban voor de oversteek naar Mull. Oban is een plezierige havenplaats met schreeuwende meeuwen en vissersboten in verschoten kleuren die tegen elkaar aan schuren. Hier at ik mijn eerste haggis. Niet netjes geserveerd op een bord, maar als snack uit een plastic bakje. En? Hoe het smaakte? Mwah, ik denk niet dat het een snackhit gaat worden.
De overtocht van Oban naar Craignure Harbour op Mull nam iets meer dan een uur in beslag. Het moment dat de klep van de ferry openklapt en het onbekende eiland op je wacht, is magnifiek en onbetaalbaar. Ook Mull is weer verpletterend mooi. Binnen een half uur passeerden we twee houten scheepswrakken die loom op hun zij in de zon lagen, wachtend op de zee die hen nooit meer zou komen ophalen. Een eindstation van een treurige schoonheid.
Er zijn een handjevol campings op het eiland, maar je mag er — net als in de rest van Schotland — wildkamperen. In Calgary Bay vind je een soort officiële wildkampeerplek. Het ligt prachtig aan een baai in de klassieke vorm van een halve maan. Een toilet vind je aan de andere kant van de weg, en op een kwartiertje lopen zit een restaurantje met een art gallery. Bij het parkeerplaatsje aan de overkant van de baai is zelfs ijs met whiskysmaak te koop. Aan het einde van de dag gingen de kampvuurtjes aan en de kurken eraf.
Lees ook !
Ierland : Toffe cottage huren in het midden van niks op de beara peninsula vlakbij Kenmare .
Engeland : Natuurcamping in Oxfordshire aan de Thames.
Wales : Toffe camping direct aan het strand .


